Wat houdt ‘overlevering’ precies in?

De Europese éénwording gaat op steeds meer gebieden een rol spelen. Na het afschaffen van grenscontroles en de invoering van de euro, is per 12 mei 2004 de procedure rond de uitlevering binnen de Europese Unie vereenvoudigd. Vanaf die datum is op uitleveringen binnen de Europese Unie de ‘Overleveringswet’ van toepassing, terwijl voor uitleveringen naar andere landen (bijvoorbeeld de VS en Canada) de Uitleveringswet blijft gelden.

Alhoewel de overleveringswet voor een groot deel gelijk is aan de uitleveringswet zijn er toch een aantal grote verschillen. De grootste verandering is waarschijnlijk de verkorting van de procedure. Onder de Uitleveringswet duurt een procedure gemiddeld 8 maanden, terwijl de nieuwe procedure in principe maximaal 60 dagen mag duren. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan deze termijn met 30 dagen verlengd worden.

De behandeling van het verzoek en de beroepsmogelijkheden zijn dan ook drastisch gewijzigd. In de procedure van de Overleveringswet is er maar één instantie die over de overlevering beslist, namelijk de rechtbank te Amsterdam. Tegen die beslissing is geen hoger beroep of cassatie mogelijk (in de Uitleveringswet is cassatie wel mogelijk). Bovendien worden de overleveringsverzoeken gedaan door middel van een standaardformulier (Europees Arrestatiebevel, het EAB). Dit maakt de kans op fouten veel kleiner en beperkt het onderzoek van de rechtbank alleen maar tot omstandigheden die door de persoon wiens overlevering wordt gevraagd worden gesteld. Al die omstandigheden moeten nu dus bij de rechtbank naar voren worden gebracht. De Minister van Justitie speelt in de overleveringsprocedure geen rol meer.

Voor een aantal met name genoemde strafbare feiten op het EAB is de eis afgeschaft dat ze ook naar Nederlands recht strafbaar moeten zijn (de eis van dubbele strafbaarheid). De meeste feiten op deze lijst zijn feiten die in Nederland toch wel strafbaar zijn, maar van een aantal is het nog de vraag wat daaronder moet worden verstaan. Omdat die feiten op de lijst staan, maakt het echter niet meer uit of de feiten in Nederland strafbaar zijn: de strafbaarheid daarvan wordt verondersteld. Alleen het recht van de staat die om overlevering verzoekt telt.

Naast deze verschillen is er ook een groot aantal zaken dat (vrijwel) hetzelfde geregeld is als in de Uitleveringswet. Zo kan ook in de Overleveringswet worden ingestemd met de overlevering (verkorte procedure), kan een persoon wiens overlevering wordt gevraagd vastgehouden worden totdat hij echt wordt overgeleverd, kan niet worden overgeleverd als de persoon al eens voor dezelfde feiten is berecht en wordt ook niet overgeleverd als de rechtbank van mening is dat de feiten te lang geleden zijn gebeurd (verjaring).

De eerste uitspraken van de rechtbank Amsterdam zijn te vinden via www.rechtspraak.nl (zoeken op instantie: ‘rechtbank Amsterdam’, zoektekst: ‘overleveringswet, Europees Aanhoudingsbevel’). Daarbij valt vooral de snelheid van de overleveringsprocedure op.

Landen van de Europese Unie:
België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Per 1 mei 2004 zijn lid geworden van de Europese Unie:
Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.

Per 1 januari 2007 zijn lid geworden van de Europese Unie:
Bulgarije en Roemenië.

Links