Door: Sophie Hof

In overleveringszaken is het van belang dat de detentieomstandigheden van het betreffende land goed in ogenschouw worden genomen. Op 5 april 2016 (arrest  Aranyosi en Căldăraru) heeft het Europees Hof namelijk beslist dat, indien er een algemeen risico bestaat op schending van de mensenrechten vanwege detentieomstandigheden, de overleveringsrechter moet onderzoeken of dit risico ook in het concrete geval bestaat voor de opgeëiste persoon.

Daarvoor is het belangrijk duidelijkheid te verkrijgen over waar iemand zal worden geplaatst na een eventuele toegestane overlevering. Krijgt de opgeëiste persoon minimaal 3 m2 aan persoonlijke ruimte in detentie? Is dit inclusief of exclusief sanitaire voorzieningen? Wat zijn de overige omstandigheden? Hoe hoog is de bezettingsgraad?

Meerdere Europese landen kampen momenteel met een reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling in detentie, zo ook Italië.

Uit een rapport van de non-gouvernementele organisatie Antigone van mei 2019 blijkt onder meer dat in 16 van de in de loop van 2018 bezochte 85 gevangenissen de cellen kleiner zijn dan 3 m2. Dit betekent dat in die 16 gevangenissen een reëel gevaar bestaat op een onmenselijk of vernederende behandeling.

Er zijn 42 gevangenissen met een overbevolking van meer dan 150%. (…) De gevangenissen van Taranto en Como, met een overbevolking van respectievelijk 199,7% en 197%, zijn de meest overvolle percentages in Italië. Gevolgd door het instituut van Chieti (193,6%), dat van Brescia Canton Mombello (193,1%) en dat van Larino (192,1%).

(…)

In 42 Italiaanse gevangenissen is de kloof tussen het aantal gevangenen en wettelijke bedden groter dan 100 eenheden. Onder deze, in 17 overschrijdt de kloof 200 eenheden, soms op een beslist aanzienlijke manier. In de Napolitaanse gevangenis van Poggioreale 731 zijn meer gevangenen ondergebracht dan het instituut zou kunnen bevatten terwijl in de andere stadsgevangenis, die van Secondigliano, ‘slechts’ 418.

(…)

Onder de 85 gevangenissen die Antigone in 2018 heeft bezocht, zijn er 16 waarin we cellen konden observeren waarin 3 vierkante meter ruimte per persoon niet was gegarandeerd, een drempel die door het Hof van Straatsburg wordt beschouwd als de minimale parameter waaronder extreem is het risico van onmenselijke of vernederende behandeling. Deze omvatten de gevangenis van de Opera van Milaan en beide Napolitaanse instellingen. Hieraan zijn de gevangenissen toegevoegd van: Bergamo, Milaan San Vittore, Monza, Voghera, Alba, Pisa, Campobasso, Civitavecchia Nuovo Complesso, Turi, Trani vrouwen, Catanzaro, Catania Piazza Lanza en Nuoro.

Dit betekent overigens niet dat de overleveringsrechter vervolgens direct de overlevering zal moeten weigeren. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken die bepaalde detentiecentra betreffen, en die betrekking hebben op de detentieomstandigheden in de uitvaardigende lidstaat, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de betrokkene bij overlevering aan de autoriteiten van die lidstaat onmenselijk of vernederend zal worden behandeld (arrest Aranyosi en Căldăraru, punten 91 en 93). Navraag zal moeten worden gedaan waar de betreffende persoon zal worden gedetineerd binnen Italië en hoe de omstandigheden zijn binnen deze gevangenis. Naar aanleiding van  objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden zal vervolgens een beslissing kunnen worden genomen over het overleveringsverzoek.

Zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RBAMS:2019:10053.  https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:10053